Japan hebben we alweer even achter ons gelaten en we zijn doorgegaan naar Vietnam. Ik moet zeggen: aankomen in Hanoi na 3 weken Japan, dat was nogal een schok. Wanneer je gewend bent aan een perfect geregelde samenleving vol met punctuele, buigende, verwelkomende, zich constant verontschuldigende en glimlachende mensen, dan is het even schrikken als je plotseling in een stad terechtkomt waar je voortdurend aangereden wordt, waar er geen seconde voorbij gaat dat er niet minstens 15 mensen hard en lang toeteren (hoeft niet eens iemand in de weg te lopen, toeteren is altijd leuk), iedereen je aanstaart alsof je een groot knipperlicht op je hoofd hebt en de straten ronduit smerig zijn, maar desalniettemin vol met hurkende mensen met punthoeden.

Overal klinkt fel geschreeuw in een taal die toch echt een stuk minder vriendelijk klinkt dan Japans, waarschijnlijk is Vietnamees een beetje het Nederlands van Azië. Grote tropische bomen en planten hebben met hun wortels de straten gescheurd en lianen hangen tot ver over de stoep. Er zijn geen supermarkten, maar wel een enorme hoeveelheid mini-winkeltjes, compleet volgestouwd met goedkope ventilators, lampen, frisdrank en telefoonhoesjes. Iedereen is gehuld in oude gebloemde vesten met capuchons en mondkapjes, waardoor alleen hun ogen zichtbaar zijn. Veel mensen zijn oud en zo krom dat hun lichaam letterlijk een perfecte hoek van 90 graden vormt. Op elke straathoek staat een soldaat in groen uniform die je achterdochtig aankijkt, naast een hokje met een megafoon erop en een wapperende rode vlag met het communistische merkteken. De grote reclamebanners laten tekeningen zien van gelukkige Vietnamezen: de militair met het geweer, de boer met de zeis en de huisvrouw met het kind – precies zoals in de geschiedenisboeken. De huizen zijn een vervreemdende mengeling van oude gekleurde krotten, doorgroeid met planten, en grote, bombastische gebouwen in de Franse koloniale stijl, vol met tierlantijnen.

De stad stinkt. Naar uitlaatgassen, rottend fruit en riool, versterkt door de enorme, benauwende hitte van augustus. Op de stoepen kun je niet lopen, doordat overal mensen op de grond zitten te eten of proberen groenten en tandenborstels en hele, door vliegen omringde hondenkoppen te verkopen, waarvan de bek open hangt en de ogen omhoog gericht zijn, terwijl het bloed er langzaam vanaf druipt. Of omdat er kale kippen lopen, of scooters geparkeerd staan. Op straat kun je ook niet lopen, want daar word je onmiddellijk omvergereden door een brommer of auto, die zonder enige regeling dwars door elkaar heen racen. Midden door de stad loopt een spoorlijn, waar toeristen overheen lopen en foto’s maken, en waar aan weerszijden vele eettentjes zitten. Een paar keer per dag raast er een trein overheen en moet iedereen snel aan de kant springen. Of er wel eens ongelukken mee gebeuren, vroegen we aan een lokale barman. “Ja hoor. Best vaak. Maar alleen met toeristen, want die weten niet dat er nog treinen rijden.” Eén minuut in deze stad en je bent rijp voor het gesticht. 

Maar Hanoi stikt van de cultuur en historie, en ik wist dat ik mezelf van kant zou maken als ik deze kans niet zou grijpen om daar zo veel mogelijk van te zien te krijgen, dus sleepte ik ons van de ene naar de andere bezienswaardigheid, meestal zonder een woord te wisselen tijdens de tocht, omdat we allebei te gefocust waren op overleven om nog ergens anders mee bezig te kunnen zijn. Zo kwamen we langs het Lenin park, waar een enorm standbeeld van deze Russische leider pronkte, fier rechtop en met een glimlach op het gezicht. We hebben de vlaggenceremonie bijgewoond bij het mausoleum van Ho Chi Minh. Bizar genoeg, wordt daar elke dag een heel leger in het wit op de been gebracht, om op de maat van het volkslied plechtig de Vietnamese vlag te hijsen, die ’s avonds weer met eenzelfde toestand naar beneden wordt gehaald. Het mausoleum zelf was onwijs indrukwekkend. We waren er in de avond, toen rode lichten de massieve zuilen van het vierkante gebouw kleurden, dat hoog en dreigend boven ons uit torende, omringd door soldaten.

We zijn naar het Maison Centrale geweest, de gevangenis waar de Fransen vroeger de verzetsstrijders opsloten en martelden, en waar later Amerikaanse piloten hebben gezeten tijdens de Vietnamoorlog (die hier trouwens de American War heet, wat maar weer eens even alles in perspectief plaatst), en waar we zijn overladen door extreem partijdige en eenzijdige informatie over hoe vreselijk de Fransen waren en hoe heldhaftig de Vietnamezen. We hebben een bezoekje gebracht aan de Imperial Citadel, een soort tempel van waaruit de Chinese, en later de Vietnamese regering eeuwenlang over het land heeft geregeerd en die een uitstekende plek voor een fotoshoot bleek.

Ook zijn we naar de Temple of Literature geweest, met zijn tweeën achterop een scootertaxi, die ons al toeterend en slingerend door het chaotische verkeer manoeuvreerde. Er hoorde een prachtige oude tuin bij, met stille wateren bedekt met lelies, en de grafstenen van belangrijke professoren, waar grote, stenen schildpadden over waakten. De tempel zelf was prachtig, en we hebben studenten zien bidden voor hogere cijfers (dat is dus echt een ding). Zelf hebben we ook een schildpadaai-en-kraanvogelbuikwrijf-ritueel uitgevoerd bij een stel beelden, wat er als het goed is toe zou moeten leiden dat we oneindig veel geluk en voorspoed zullen hebben in ons leven.

Verder liepen we stilletjes binnen tijdens een mis in de prachtige, nogal duistere Vietnamese variant van de Notre Dame, en tot slot hebben we een tocht ondernomen naar het Hoan Kiem meer met zonsondergang. Het water kleurde lichtroze en in het midden stond een kleine tempel. Het verhaal gaat, dat de een of andere strijder daar de leider van de Chinese Ming-dynastie heeft verslagen, in samenwerking met een zeer behulpzame, gouden schildpad, die toevallig nog ergens in het meer een zwaard had liggen voor je weet maar nooit. Na het verslaan van de vijand gaf de strijder het zwaard weer terug aan de schildpad en nu zou het nog altijd ergens op de bodem van het meer liggen.

Reacties  

# Lien 16-08-2019 20:10
Wat heb je dat allemaal mooi beschreven. Het verschil is wel heel groot, ik kon de drukte en de herrie en de stank bijna zelf voelen/horen/ruiken.
Antwoorden | Antwoorden met citaat | Citeer

Plaats reactie


Blijf op de hoogte!