We hebben Tokyo alweer achter ons gelaten, maar één blogje vond ik niet genoeg voor zo’n geweldige stad. Bovendien willen jullie er vast wel meer over weten: hoe is Tokyo nou echt? 

Om te beginnen voel ik mij verplicht te vermelden dat ik de vorige keer de Japanse wc’s toch nog niet genoeg eer heb betoogd – zij beschikken namelijk over nog een functie, zijnde brilverwarming. Dit gezegd hebbende kan ik beginnen met het blogje. 

Je loopt door een buitenwijk, op weg naar de Grote Stad, en het is stil in de straten.

Je loopt links, tegen al je principes in, en bedenkt dat je altijd gedacht hebt dat Engeland het enige land is waar dat zo is. De Japanners hebben het nog wel een stapje verder getrokken: zelfs de sloten op deuren draaien linksom. Het miezert zacht, maar toch brengt dat weinig verkoeling in dit benauwde weer, waardoor je 24/7 plakkerig bent. Op elke straathoek ruikt het naar een ander Aziatisch gerecht, net alsof Japanners aan een stuk door in de keuken staan en verder geen ruk te doen hebben, terwijl het omgekeerde waar is. Zodra je het metrostation binnenstapt, komen er vanuit het niets ineens 5 triljard Japanse strak-in-pak-kantoorgangers uit alle windrichtingen aangesneld, om zich, als een golf van zwart en wit, met rechte rug en gefocuste blik in een vloeiende beweging de overvolle metro in te manoeuvreren. Je propt jezelf erbij, zwetend en wel, en bidt dat ze je niet ruiken. Iedereen zit echter zo in zijn eigen digitale vechtgame, het telefoonscherm op nog geen centimeter van het gezicht af, dat je je veilig acht. En degenen die niet op hun tellie zitten, zijn tijdens het appen in slaap gevallen, zittend of staand, het hoofd op de borst, met de airpods nog in.

Je weet heel goed waarom iedereen zo moe is, en snapt ineens helemaal waarom er zoveel mensen overspannen zijn hier. Gisternacht zag je ze allemaal nog op het perron staan, brallend en bijna omvallend van de alcohol, terwijl ze meermaals diep buigend afscheid namen van hun baas. Nu is het doodstil en durf je eigenlijk zelf ook niks te zeggen. Daarom ga je maar een beetje om je heen kijken, naar al de reclame die in de metro hangt, in felle kleuren en schreeuwerige letters, maar vooral de filmpjes op de schermen vangen je blik. Je wordt getrakteerd op een hysterische hoeveelheid kleur en blijdschap, zo overdreven geacteerd, dat het meer slapstick is dan reclame. Bij elke halte klinkt bij wijze van tune een hele sonate uit de luidsprekers, die je aan verschillende koorliederen doet denken.

Wanneer je uit de metro stapt kom je ineens in een totaal andere wereld terecht. Lage huisjes met traditionele puntdaken zijn vervangen door torenhoge wolkenkrabbers, behangen met flikkerende lichten van nog meer reclameschermen, maar dan 600 keer zo groot.

De stilte verandert in lawaai, onder andere veroorzaakt door de roze busjes die van tijd tot tijd langsrijden en waar de schelle meisjesstemmetjes van J-pop uit weerklinken, in een soort hyper-variant van een Songfestivalnummer. De straten zijn hier vol met mensen, bijna allemaal heel dun, met lange rokken en kleine voetjes in lage schoenen. Iedereen ziet er tot in de puntjes verzorgd uit en letterlijk iedereen draagt een doorzichtige paraplu met zich mee. Minstens een kwart heeft roze of blauw haar of heeft een kleine Winnie the Pooh aan zijn tas bungelen. Ondanks de enorme drukte en een extreme prullenbakkenschaarste is het opvallend schoon op straat. Je loopt zomaar een straat in en komt langs ontelbare hoeveelheden winkels met geheel roze inhoud, waar meisjes in schooluniform (geruit rokje, spencer, kousen, the whole works) letterlijk hun hoofd achterovergooien in luid en hoog gelach, net als in een tekenfilm. Bijna overal staat een rij, zelfs voor zoiets als een ijsje, en niemand lijkt het een probleem te vinden om te moeten wachten.

^ Schoolmeisjes in het wild

Het verkeer wordt grotendeels ‘geregeld’ door oude mannen, die basically alleen maar stilstaan de hele dag, en heel af en toe eens een auto moeten doorverwijzen of met de hand een slagboompje omhoogtillen. Niemand kijkt naar ze. Toch zien ze er trots uit iets bij te kunnen dragen aan de zo op prestatie gerichte maatschappij.

Je hebt zin in iets lekkers en stopt bij een kraampje waar je een soort mierzoete thee met bolletjes erin koopt, door via een automaat te bestellen en je coupon vervolgens aan de guy achter de kraam te geven. Wanneer je luid slurpend een winkel binnenloopt, staan er meerdere mensen klaar om je buigend te begroeten. Je vraagt iets aan een medewerker die er geen hol van verstaat, maar toch zijn uiterste best doet je te helpen, zodat je uiteindelijk toch vindt wat je zoekt. Je kijkt nog even verder en vijf volle minuten later komt betreffende medewerker nogmaals naar je toe, aan een stuk door Japans pratend – zonder te beseffen dat dat dus geen zin heeft – omdat hij nog iets anders heeft gevonden waar je misschien iets aan hebt. Als je weer buiten komt, zie je pas het grote rode bord waar op staat: no drinks in the store. Ze hebben er niets van gezegd.

^ Come on Sweet Girls, buy crepe and become Fat Girls

Reacties  

# Lien 23-07-2019 14:52
Oh wauw wat is dit leuk en beeldend beschreven. Dat stukje van die metromannen, ik zag het zo voor me. En wat een gekkenhuis moet het daar zijn... ik wil meer blogs! Geef blogs!
Antwoorden | Antwoorden met citaat | Citeer
# Ben 23-07-2019 14:58
Weer een mooi geschreven kijkje in die wereld waar alles zo anders is dan in het westen. Ik ben benieuwd wat jullie verder gaan tegenkomen in Japan!
Antwoorden | Antwoorden met citaat | Citeer

Plaats reactie


Blijf op de hoogte!