Dit is alweer het laatste blogje over mijn reis door Japan en Vietnam, want spoedig zal ik naar ons prachtige Nederland terugkeren. Het Wilhelmus staat al in mijn afspeellijst. Maar nu zit ik nog op bed in ons hotel in Ninh Binh, een heel mooi natuurgebied een aantal kilometers onder Hanoi. Voordat we hierheen kwamen, hebben we eerst nog een aantal dagen doorgebracht op het eiland Cat Ba. En zodra we daar aankwamen, kwam ik erachter dat Vietnam werkelijk een van de mooiste plekken is waar ik ooit ben geweest.

Japan hebben we alweer even achter ons gelaten en we zijn doorgegaan naar Vietnam. Ik moet zeggen: aankomen in Hanoi na 3 weken Japan, dat was nogal een schok. Wanneer je gewend bent aan een perfect geregelde samenleving vol met punctuele, buigende, verwelkomende, zich constant verontschuldigende en glimlachende mensen, dan is het even schrikken als je plotseling in een stad terechtkomt waar je voortdurend aangereden wordt, waar er geen seconde voorbij gaat dat er niet minstens 15 mensen hard en lang toeteren (hoeft niet eens iemand in de weg te lopen, toeteren is altijd leuk), iedereen je aanstaart alsof je een groot knipperlicht op je hoofd hebt en de straten ronduit smerig zijn, maar desalniettemin vol met hurkende mensen met punthoeden.

We hebben Tokyo alweer achter ons gelaten, maar één blogje vond ik niet genoeg voor zo’n geweldige stad. Bovendien willen jullie er vast wel meer over weten: hoe is Tokyo nou echt? 

Om te beginnen voel ik mij verplicht te vermelden dat ik de vorige keer de Japanse wc’s toch nog niet genoeg eer heb betoogd – zij beschikken namelijk over nog een functie, zijnde brilverwarming. Dit gezegd hebbende kan ik beginnen met het blogje. 

Je loopt door een buitenwijk, op weg naar de Grote Stad, en het is stil in de straten.

Inmiddels zijn we alweer in Vietnam, en heb ik nog helemaal niet verteld wat we al die weken in Japan hebben zitten doen. Daarom, en misschien kun je het al raden, ga ik dat nu doen.

Gisteren aangekomen in Tokyo, de stad met de meeste inwoners ter wereld, en dat is te merken ja. En waarschijnlijk ook de meest dorstige inwoners ter wereld, want je kan geen stap zetten of je kleunt alweer tegen een gekke-drankjes-automaat aan (B heeft in een overmoedige bui een flesje gekocht, waarvan de inhoud waarschijnlijk lichter ontvlambaar was dan spiritus, maar toch heeft hij het gehele flesje leeggedronken, en nog snel ook.)

Blijf op de hoogte!