Je fietst over straat met je splinternieuwe East Pak, die ongeveer twee keer zo groot is als jij zelf, en je bent echt baas. Jij bent supercool en daarom heb je ook matchende shirts gekocht met je nieuwe BFF, waar dat letterlijk op staat (klik hier voor mijn blogje over de bruggerstijl). Tijdens de kennismakingsdag was zij/hij je eigenlijk niet opgevallen, of misschien wel, maar dan vond je haar/hem truttig/een kneus. Echter tijdens het pittenzakjesgooien elke ochtend, ben je erachter gekomen dat deze persoon eigenlijk heel aardig is en een Leuke Naam in je contacten verdient, zoals Tinkerbell, of Nikki de Neus, die over dertig jaar nog steeds zo in je lijst staat, omdat je gewoonweg nooit zin hebt het te veranderen.

Je krijgt je eerste periode, waarschijnlijk over sterrenkunde (een vak waarmee ze je lekker hebben gemaakt op de open dag, maar dat je na die ene periode verder nooit meer krijgt), en je hebt je periodeschrift perfect op orde, hopend op een ‘uitstekend’. Je krijgt Duits van Arine en voelt je absoluut niet serieus genomen als volwaardig mens wanneer ze je dwingt je agenda op je hoofd te leggen ten teken dat je luistert, terwijl ze met krassende stem zingt over heksen e.d. Elke pauze ga je naar je kluisje om schoolboeken te verwisselen en je leeft in de waan dat je Serena bent. Of Blair. Of iemand uit PLL. In de gang van je stamlokaal is het echter weer de harde realiteit en word je altijd omver gebeukt door ouderejaars, wat je aan de ene kant stom vindt, maar aan de andere kant ook wel weer cool, vooral met de gedachte in je achterhoofd dat jij dat ooit ook kan doen.

Je gaat naar de achtste en OMG wat ben jij volwassen. Je bent door je awkward kledingfase heen (denk je) en durft helemaal jezelf te zijn. Daarom heb je je haar groen/paars/blauw/anders, namelijk:___ geverfd en draag je kleren in dezelfde kleur. Bij familiegelegenheden is de eerste vraag, na het onvermijdelijke “hoe gaat het op school” uiteraard, of je al een vriendje/vriendinnetje hebt. Dan rol je met je ogen en zeg je dat je daar totáál niet mee bezig bent (terwijl je eigenlijk misschien al wel je eerste echte crush hebt).
Je vindt dat je ongelofelijk veel huiswerk hebt en zit tijdens de pauzes op de grond in de hoek van de aula met je gang, terwijl je leert voor Franse SO’tjes, wat nogal zenuwslopend is omdat je als de dood bent voor Cindy. (Trouwens Cindy, als je dit leest: in de 1e heb ik een gebaar afgesproken met Lieke voor elk getal van 1 tot en met 20, en jij vroeg toen 15 aan haar en dat klonk als ‘ken-ze’, wat deed denken aan Ken, van Barbie, en daarom ging ik toen heel opzichtig met mijn haar spelen zodat Lieke zag dat ik Barbie nadeed en daardoor wist ze het antwoord en hoefde ze geen strafwerk te maken.) Iemand anders die je angst aanjaagt, is Sven, die altijd in zijn glazen hokje zit achterin de aula, waar een dappere leerling een bordje op heeft geplakt: “Betreden op eigen risico”. Tijdens het maken van selfies met Snapchat-bloemenkrans op het hoofd lach je hierom mee, maar stiekem ben je het volkomen eens met die tekst en hoop je zijn toorn nooit aan den lijve te ondervinden.
Bij Duits leer je de acht strofen van Erlkönig uit je hoofd (even opfrissen: “Wer reitet so spät durch Nacht und Wind…”; ik ken hem nog helemaal auswendig, Arine) en verontrustende geruchten over een zekere gymleraar doen de ronde. Trots vertel je die aan je non-SVS-vrienden, in de hoop het stoerste verhaal te hebben. In het schooltoneelstuk speel je de zingende garnaal, de dansende koe of een muur.

De negende breekt aan en de handwerklessen van Joke worden verruild voor bloed, zweet en tranen wanneer je elke week twee uur achter elkaar in een hok opgesloten op een stuk koper staat te rammen. Manden vlechten lijkt heel even een verademing, ook omdat je bij deze bezigheid tenminste niet geheel bent aangewezen op je eigen gedachten door een gehoorbeschermende koptelefoon, maar al snel heb je ook bij deze les verrassend vaak een ‘vrouwenprobleempje’, om aan de ongehoorde stank van rottend riet te ontkomen (sorry jongens, maar laat ons vrouwen tenminste nog iets positiefs halen uit de zware taak van het vrouw-zijn). Je tweede favoriete les is euritmie (uit te spreken als ‘ui-ritmie’, net zoals bij ‘Zeus’), waar je het alfabet leert gebaren door Edo, die helaas uiteindelijk de druk van het zware bestaan van euritmiedocent niet meer aan kan en naar attractiepark Duinrell vlucht, waar hij een nieuw bestaan opbouwt als entertainer.
Tijdens Engels krijg je nu al voor het derde jaar te maken met de prachtige readers van Gerben, die zelden recht geprint zijn, en bovendien altijd in vlekkerig zwart-wit, en nee, ik ben daar niet nog steeds verontwaardigd over.
Inmiddels word je in een tempogroep geplaatst, en mocht je het geluk hebben dat dit ‘midden-snel’ is, dan ben je nu ineens verplicht tot het uit je hoofd leren van alle 18 provincies van Noorwegen, in het Noors, want iedereen weet dat dit essentiële kennis is, waar je de rest van je leven nog plezier van zult hebben. Behoor je daarbij ook nog tot wiskundegroep ‘vlot-vlot’, dan kun je genieten van de opbeurende verhalen van Wytze over potvissen die onverwachte vriendschappen sluiten met op de zeebodem huizende wormen.
Ook is dit het jaar van het survivalkamp, waarvoor creatieve meesterwerkjes in de vorm van kamptruien worden ontwikkeld, met inspirerende en zeer stoere teksten als “WE SURVIVED!!”, ook al wisten de dragers van deze prachttruien toen nog niet of ze de killerweek in Nunspeet en de 70km lange fietstocht daarheen ook daadwerkelijk zouden gaan overleven.

Dan komt de tiende, het jaar waarin je geacht wordt jezelf ‘te vinden’, iets wat verwezenlijkt kan worden door op zoek te gaan naar andere zaken, bijvoorbeeld het Rijngoud. Of een gepersonaliseerde boom, waar je vlak voor toetsen heen gaat samen met Frans, om steun te vragen: “Ik ben top, ik weet waar het over gaat, ik kan het”. (Mijn boom heette overigens Hanzaël Ichmaïr en was uit Noorwegen aan komen lopen, vertelde Frans wijs.)
In het kader van deze Zoektocht des Levens begin je je horizon te verbreden, in de richting van prachtig en lieflijk Ladada, wat toevalligerwijs ook de meest ranzige ruimte is waar je ooit in je leven zal komen, en dan heb ik het niet alleen over het pis-en-biermengsel waar je kniediep doorheen moet waden, maar ook over de mensachtigen waarmee je dat doet. Je maakt een paar vage herinneringen op de vluchtstrook/rotonde in nachtelijk Zeist, totdat je beseft dat er een heleboel andere en meer zinvolle dingen zijn die je kunt doen met je leven, en je besluit dat je Ladada-gloriedagen voorbij zijn. Sommige leerlingen zien een toekomst in het tekenen van gekrulde geslachtsdelen en oefenen hiermee op de schoolborden, zodat er elke dag wel een nieuw exemplaar te vinden is in een van de lokalen.
Ondertussen is Wouter zijn eigen zoektocht gestart, naar de meest vreselijke en tijdrovende economieopdracht die maar mogelijk is, en met succes: het krantencahier zorgt ervoor dat alle vwo’ers gedurende een aantal weken een kluizenaarsbestaan lijden.
Verder ga je op talenreis, waarschijnlijk naar Dresden (want dat is natuurlijk het Duitse equivalent van Parijs), en uiteraard met de bus, want wie houdt er niet van een 13 uur durende busreis heen en ook weer terug, op een reis van 4 dagen? De kans is bovendien heel groot dat je bij aankomst geen gastgezin blijkt te hebben, waardoor je in feite dakloos bent gedurende je eerste dag in het Bruisende Hart van Duitsland.

De elfde doet zijn intrede en je bent als de dood, want tientallen leraren hebben hele lessen besteed aan het uitweiden over de extreme zwaarheid van het elfde jaar, (“minstens twee keer zo zwaar als je examenjaar!”). Dit omdat je nu je eindwerkstuk moet gaan maken, plus nog ongeveer honderd andere werkstukken en verslagen, maar uiteindelijk valt het toch echt reuze mee. Zeker in vergelijking met dat zogenaamd makkelijke examenjaar. Ondertussen heb je Duits van Katja, die je (in het Nederlands) de definitie van ‘martelen’ laat bepalen en vervolgens haar mening geeft over het feit dat dit verboden is. Inmiddels ben je er trouwens ook achter gekomen dat Sven helemaal niet eng is en eigenlijk een grote grappenmaker, die glundert bij het aanzicht van al die bange bruggers. Daarom zit je vanaf nu elke pauze op een tafel in plaats van een stoel.
 
En dan is het eindelijk zover: je bent een twaalfdeklasser en nu hoef je eigenlijk alleen nog maar die paar examens te maken en dan ben je klaar. En eerst nog even op eindreis, uiteraard weer met de bus, om het milieu te sparen. Alsnog wordt dit waarschijnlijk een van de leukste 'vakanties' die je ooit hebt gehad. Dan begint de eindsprint, waarvan de leraren allemaal hadden gezegd dat het niet zo zwaar zou worden, maar daarmee blijken ze je lelijk bedrogen te hebben. Leren voor examens is namelijk toch echt best tijdrovend, en ook al zijn je schooldagen nu kort, toch ben je meer met school bezig dan ooit. De bieb is inmiddels je tweede thuis geworden en ’s nachts word je in je dromen achtervolgd door lui als Karel de Eenvoudige en inwoners van het Oude Mesopotamië. Soms schrik je zwetend wakker, schreeuwend dat de afgeleide van e hetzelfde is als e en dat je nog steeds het schijvensysteem in box 1 niet snapt. Ja, het gaat zelfs zo ver dat je liederen verzint over het consumentensurplus, dat op verschillende Franse woorden rijmbaar blijkt. Je hebt je telefoon op Frans of Duits gezet in een wanhopige poging in deze laatste paar maanden ineens nog goed te worden in het vak, maar het enige resultaat is dat je je telefoon nooit meer updatet omdat je geen hol begrijpt van wat er op de meldingen staat die je hiertoe aansporen, maar het woord ‘nein’ (of ‘non’) begrijp je nog net.
Dan beginnen de examens, en als je toevallig een Beschamende Doopnaam hebt, die je gedurende je gehele middelbare schoolcarrière netjes verborgen hebt weten te houden, dan zorgt Sven er wel voor dat al deze jaren van geheimhouding in één klap teniet worden gedaan. Grinnikend leest hij de Beschamende Doopnaam bij elk examen opnieuw voor, net wat harder dan de andere namen. De examens zelf zijn extreem flauw, saai, gemeen of onmogelijk, en het enige wat je nog op de been houdt, zijn de examenmemes op Insta (die overigens wel steeds slechter worden naarmate de tijd vordert) en het indienen van klachten bij het LAKS, waar je dus écht niet het laatste vakje gaat invullen, waar ze vragen om een ‘positieve afsluiter’ van je klacht (hallo, een klacht is een klacht, en daar is nou eenmaal niets positiefs aan, vriendelijke vrienden).
En twee weken later is het ineens voorbij.


Eervolle (?) Vermeldingen:

Hier volgen nog wat Eervolle Vermeldingen, ingezonden door verschillende mede-ex-leerlingen van de SVS.
 
Wouter verdient een Eervolle Vermelding vanwege zijn Absoluut Excellente Leraarschap, het in ons leven brengen van ‘Zondag met Lubach’ en vanwege het niet schijnheilig zijn over het feit dat hij je altijd zal verlinken bij Sven, hoe zielig je hem ook aankijkt/probeert om te kopen met Tony’s Chocolonely.
 
Wisse verdient een Eervolle Vermelding omdat zijn taalkundige kwaliteiten bepaald niet op hetzelfde niveau staan als zijn sportieve hoedanigheid (ondanks het feit dat hij verontrustend vaak geblesseerd is).
 
Betsy verdient een Eervolle Vermelding omdat zij drie jaar lang elke les dezelfde klachten heeft aangehoord en zelfs bij lessen over de Tweede Wereldoorlog nog de Middeleeuwen ertussen wist te proppen.
 
Joke verdient een Eervolle Vermelding voor het nooit ongeduldig worden als mensen in de twaalfde nog vroegen wat het verschil is tussen ‘woman’ en ‘women’.
 
Ivo verdient een Eervolle Vermelding omdat iedereen van hem houdt.
 
Gertjan verdient een Eervolle Vermelding voor het niet opgeven van de hoop toen ons jaar het bovenbouwkoor moest gaan ‘dragen’, en omdat hij het heeft klaargespeeld geen enkele keer te vergeten iedereen welkom te heten bij de “leukste les van de week”, ook al was “de meest geskipte les van de week” misschien toepasselijker geweest.
 
En tot slot verdient de Tand van Baroeg kennelijk ook een Eervolle Vermelding, voor het meermaals afbreken gedurende onze zes jaar op de SVS, de Eigenaar van de Tand in de gelegenheid brengend om Leuke Grappen uit te halen met medeleerlingen.
 
Ter afsluiting zou ik alle leraren van de SVS willen bedanken, die onze schooltijd hebben gemaakt tot de toch wel hele leuke en mooie tijd die het was, ondanks bovenstaande Kritische Punten. En ik zou sommigen van hen willen meegeven dat kritiek trouwens niet altijd negatief is, maar vaak slechts bedoeld ter verbetering van de les. Amen.